Prana Mudra

Prana = adem               
mudra = gebaar of zegel

Uitvoering:
Je zit in een voor jouw makkelijke zithouding. Dat kan zijn met ingetrokken voeten voor het bekken maar ook een halve of hele lotushouding. Kiest ook gerust voor een stoel. Je wil goed rechtop zitten met een lichte kanteling in het bekken (naar voor) zodat je niet in de onderrug hangt (eventueel plaats je je bekken op een kussentje of opgevouwen deken ter ondersteuning van de houding). Een opgerichte en open houding is altijd belangrijk als je ademoefeningen wilt doen. Zo geeft je houding de ruimte om de adembeweging vanuit de buik naar boven naar de longtoppen te brengen en ervaren.

Je legt de handen op de onderbuik. De vingers gespreid en de pinken in de liezen. Zo omvatten de handen goed de plek waar je de adem voelt opkomen.

De handen hebben als het ware een zachte en zorgzame uitdrukking. Adem eerst een aantal keer in en uit met de handen laag op de buik. Je nodigt door het contact van de handen de adem uit. Je kan er naartoe ademen. Dat kan je zolang doen als nodig is om het voor jezelf te gaan voelen.

Maak dan de handen los van het lichaam, maar houd ze op dezelfde hoogte. Adem uit, op de inademing voel je de adem in de diepte ontstaan, laat de adem toe om naar boven te bewegen en volg met de handen de adembeweging. Je ademt tot boven naar de keel. Vandaar breng je de handen verder omhoog voor je hoofd en ga dan verder schuin omhoog terwijl de inademing nog meer verdiept in de borst en de keel. Uitademend breng je de handen zijwaarts langzaam weer omlaag voor de buik (lager dan de navel). Je wil de uitademing verlengen en deze ongeveer tweemaal zolang maken als de inademing. Zo ga je verder. Na een 3 tal keer kan je met de armen hoog blijven, dan uitademen waarbij je de schouders laat zakken. Uit de diepte voel je de adem weer opkomen waarbij je houding uitnodigt om de adem nog ruimer te beleven. Uitademend de armen weer laten zakken en de handen opnieuw op de buik leggen. Navoelen wat de oefening voor je gedaan heeft.

Toepassing:
Deze adembeweging met de armen wijd is een uitstekende oefening om de volledige adem te stimuleren. Door de armen zijwaarts te brengen open het middenrif en de flanken makkelijker. 

Is ook een fijne oefening als je het wat benauwd hebt (bij verkoudheid, astmatische klachten). Een goede en ruime inademing hangt namelijk helemaal af van eerst goed uitademen. Bij ademnood gaan veel mensen juist happen naar adem waarbij je de flanken, buik en middenrif eerder aanspant en vast zet, er komt vervolgens niet genoeg lucht binnen en je creëert een onprettig en zelfs paniekerig gevoel. Door dus eerst goed uit te ademen maak je juist ruimte om de adem te ontvangen. Pas als iets goed leeg is kan je het weer ruim vullen… Door de concentratie op de lage adem land je als het ware meer in je lichaam, uit je hoofd in je lijf. Geef het even de tijd, na een aantal adembewegingen voel je je rustiger en meer gefocust.

Achtergrond:
Het (Sanskriet) woord “prana” heeft een veel ruimere betekenis dan “adem”. Het betekent ook leven, levenskracht, energie.

Je kan deze oefening ook staande uitvoeren. Maar zittend is het geestelijke aspect veel intenser omdat er geen energie wordt besteed aan het blijven staan.

In de eindstand met de armen hoog drukt de houding ook vreugde uit, om te kunnen ademen en leven . Er ontstaat een licht en vreugdevol gevoel als men de oefening met aandacht uitvoert. De mudra (het handgebaar) maakt de handen bewuster. Daardoor wordt de aanraking in het algemeen zorgvuldiger en intenser. Ook voorafgaand aan een meditatie is deze ademoefening zeer fijn omdat men begint vanuit een stemming van levenskracht, vreugde en openheid.

Vanessa De Vijver – Gestels 

http://yogasati.nl/